Liever op de snijtafel dan koffie & cake - BODY WORLDS

Liever op de snijtafel dan koffie & cake

Liever op de snijtafel dan koffie & cake

  |   BODY WORLDS, Nieuws
Algemeen Dagblad – door Jitske-Sophie Venema 25 oktober 2015 – Amper een jaar na de opening van de expositie Body Worlds in Amsterdam, stellen steeds meer Nederlanders hun lijf ter beschikking aan de Duitse patholoog-anatoom Gunther von Hagens. Het AD ontmoette hem in zijn Plastinarium bij de Duits-Poolse grens.

 

Met een pincet klemt een vrouw een stukje weefsel vast, terwijl ze met een ander pincet een zenuw opzij duwt. In opperste concentratie schraapt ze langs het bot, het scheenbeen van een overleden man. Ze plukt het vlees los alsof het van een soepkip is. Haar collega probeert ondertussen de ogen los te snijden. Hoe de man bij leven heette, weten ze niet. En ook zijn karakteristieke neus zal morgen weggewerkt zijn. Niemand zal hem nog herkennen als hij over een jaar te zien is in een tentoonstelling van Body Worlds of in een klaslokaal.

 

Post-mortale taxirit

Op de snijbank ernaast wordt vet van een torso verwijderd alsof het porties roerei betreft, terwijl patholoog-anatoom Gunther von Hagens (69) aanwijzingen geeft. De kans is groot dat in deze ruimte het lichaam of op zijn minst een orgaan of knieschijf van een Nederlandse vrouw ligt. Onlangs werd namelijk de eerste Nederlandse lichaamsdonor binnengebracht. Zij is een van de 62 Nederlanders die afzien van cake en koffie in een uitvaartcentrum en kiezen voor een post-mortale taxirit naar het Duitse Guben, om de dood met behulp van Von Hagens om te dopen tot nieuw begin.

Want na het ondergaan van de ‘plastinatiemethode’ blijven de lichamen voor altijd bewaard, als geheel of in plakjes. Ze stinken niet, bloeden niet, rotten niet. De poppen die ooit lachten, fietsten en lééfden zijn niet bedoeld om angst aan te jagen, maar om levenden ontzag te laten krijgen voor het menselijk lichaam. Toch is de methode nog steeds omstreden. “Mensen zijn preuts als het om de dood gaat,” zegt Von Hagens. “De dood is eng en de binnenkant van ons lichaam vies. Kinderen wordt geleerd dat neuspeuteren en poepen ranzig is. Daardoor voelen bezoekers van Body Worlds een esthetische shock als ze zien hoe mooi het lichaam onder de huid is.”
In januari werd Amsterdam gekozen als standplaats voor de tweede vaste Body Worlds-expositie, na New York. Geen toeval, zegt Von Hagens: “Nederlanders zijn geïnteresseerd en tolerant.” Dat enthousiasme was er al vanaf de opening van de tijdelijke tentoonstelling in Rotterdam, in 2010. Twaalf lichaamsdonoren schreven zich toen in.
In 2012 landde de expositie in Amsterdam, maar toen konden er geen nieuwe lichaamsdonoren worden geaccepteerd. Na decennialang te hebben gespot met sterfelijkheid door lichamen een vorm van eeuwig leven te geven, werd de man met de dubieuze bijnaam ‘Dokter Dood’ namelijk geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid. Von Hagens heeft parkinson. “Opeens was de toekomst van Body Worlds onzeker. Het voelde niet goed om de donatiebelofte te accepteren als wij niet konden beloven dat we het lichaam gingen gebruiken.” Maar door de tussenkomst van Gunthers zoon, Rurik von Hagens (34), is det oekomst voor vriezers vol lijven terug en de inschrijving heropend. Meer dan 14.000 donoren schreven zich in en dat aantal loopt op.
De motivatie om na de dood een chemische injectie te krijgen, te worden gevild, geplukt en door duizenden spelden in een extraverte positie te worden gekneld, loopt uiteen. Veruit het grootste deel wil na zijn dood nuttig zijn, is gefascineerd door de techniek of wil zijn familie niet opzadelen met een graf. De lichamen hebben steeds vaker een klaslokaal als eindbestemming. Want met twee vaste Body Worlds-tentoonstellingen en nog eens zes die de wereld rondreizen, is er tijd om menselijke ‘resten’ te verkopen aan onderwijsinstellingen. Zij kunnen kiezen uit een aanbod dat is samengevat in een catalogus. Een nier? 450 euro. Een brein? 3600 euro. Of een lijf, in een zelf te kiezen houding? 64.500 euro. “Die prijs bestaat vooral uit manuren. Het maakproces duurt een jaar,” vertelt Rurik.
De toevoer van nieuw materiaal op de snijtafels hangt af van het aantal donoren dat sterft. Gemiddeld zijn dat er elke week twee. Het team ontleedt er twee per maand. De gemiddelde leeftijd van de lichamen is 60 jaar. “Maar daar zie je na het plastineren niets meer van. Mensen lijken oud door hun huid en die halen wij er af.” Ook dieren worden geplastineerd. Plakjes paard, gans en stier worden als ketting verkocht, een giraffe hangt in een palmboom in de hal, een stier staat te drogen in de open garage, een leeuw ligt in een siliconenbad en een olifant reist rond. Een blauwe vinvis staat nog op het verlanglijstje van Gunther von Hagens. “Ik onderhandel nog over de prijs,” lacht zijn zoon.
Trillende handen
De tijd van het afvinken van laatste wensen is inmiddels aangebroken, het verval is duidelijk zichtbaar bij Von Hagens. In zijnl aboratorium werkt Von Hagens nog met trillende handen aan een alternatief voor het brandbare aceton dat de lichamen uitdroogt. Medewerkers vrezen het moment dat dit eindigt. Ze weten dat zij hun werkgever, één van de meest omstreden uitvinders van deze eeuw, ooit weer tegenkomen op hun snijtafel. “Ik wil voortbestaan bij de ingang van mijn Plastinarium. Ze moeten mijn arm met spelden vooruit steken, zodat ik mijn hand uitsteek naar alle bezoekers.
Nederlandse Lichaamsdonoren
‘Na dood nog iets betekenen’ Angelique Oort (43) is één van de Nederlanders die hun lichaam beschikbaar stelden aan Gunter von Hagens (naast Oort op de foto). “Er wordt soms geschokt gereageerd, maar op deze manier kan ik na mijn dood nog iets betekenen. Ik heb geen kinderen, niemand zou naar mijn graf komen. Opgezet worden sprak me direct meer aan dan wegrotten onder de grond of verbranden in de oven. En: ik bespaar geld voor een begrafenis – daar kan ik nu nog veel leuke dingen van doen.”
Nicole Nau (45) heeft een andere motivatie: “Nadat ik als 19-jarige een longembolie kreeg, ging ik na denken over mijn manier van leven en de dood. Hopelijk zullen bezoekers en studenten leren van mijn lijf, waar van alles mis mee is, maar waar ik met veel ontzag voor zorg.”